dinsdag 29 november 2016

Boeren van toen tot nu!


Een festival over het agrarische leven door de eeuwen heen - met archeologische vondsten, moderne streekproducten en levende boeren uit de ijzertijd!

Op 27 december organiseren Zonder Boer Geen Voer en IJzertijdboerderij Dongen een speciale middag die in het teken staat van het boeren verleden en heden.

 

Bij de ijzertijdboerderij worden ambachten getoond van zo’n 2500 jaar geleden.

In het AVRI tuincentrum worden rondleidingen verzorgd in de tentoonstelling Zonder Boer Geen Voer: 5000 jaar agrifood in West-Brabant.

Oudheidkundige kringen en moderne boeren presenteren zich en u kunt er kennis maken met heerlijke streekproducten.



Een uitgelezen kans om op één middag het verleden te ruiken, te proeven en te voelen!




donderdag 24 november 2016

Nieuwe tentoonstelling geopend

  • Vandaag heeft wethouder Marcel Willemsen van de gemeente Oosterhout de tentoonstelling geopend. Er waren al veel belangstellenden en we hopen er nog veel meer te mogen verwelkomen in deze drukke maanden in het tuincentrum. Een efficiënte combinatie: erfgoed shoppen terwijl u de kerstinkopen doet!

    Op derde kerstdag zullen we, samen met de ijzertijdboerderij in Dongen, een speciaal evenement organiseren. Houd de website in de gaten voor het programma!


Tot 30 januari te zien in
  • AVRI Bloem- en Tuincentrum
    Heistraat 47, Oosteind
  • Openingstijden
    Maandag t/m donderdag: 09:00 - 18:00
    Vrijdag: 09:00 - 21:00
    zaterdag: 08:30 - 17:00
    Zondag: 10:00 - 17:00



vrijdag 22 januari 2016

Aan de slag: sap! (of wijn)



Zelfs op ons kleine stukje grond is de oogsttijd (naast het gewone werk) best indrukwekkend. Maar op een all round boerderij in het verleden? Daar moet het zeker overweldigend geweest zijn!

...fruit, groenten, granen - alles lijkt tegelijk rijp en voor je het weet zit je met een enorme berg voedsel die je eigenlijk liever over het hele jaar zou willen verspreiden. Dat 'probleem' is net zo oud als de landbouw zelf en dus bedachten boeren daar vanaf begin af aan oplossingen voor. Ze bouwden 'spiekers' om graan te bewaren en te beschermen tegen de muizen: opslagschuurtjes op hoge palen, met een vloer die een stuk boven de grond zweefde.

Voor fruit, groenten of kruiden werkt dit niet - die moet je echt conserveren. Dat wil zeggen dat je ervoor moet zorgen dat bacteriën en schimmels geen kans kunnen krijgen. Dat kun je doen door ze te drogen, te roken, te zouten of heel zoet te maken. In de ijzertijd was er nog geen suiker maar de handel in zout was superbelangrijk. Zo belangrijk dat Romeinse soldaten hun soldij gedeeltelijk in zout uitbetaald kregen! Wist je dat ons woord 'salaris' daar vandaan komt? (sale=zout)

Olie en azijn worden vanaf de Romeinse tijd ook gebruikt bij het houdbaar maken van groenten en fruit. Grappig is dat men heel lang niet wist waarom de houdbaarheid zo verlengd wordt als je deze technieken toepast. Pas als het bestaan van bacteriën wordt ontdekt, worden de 'nieuwste technieken': uitgevonden: wij vinden ze misschien zelfs alweer ouderwets maar weckpotten  en blikken zijn pas zo'n 100 jaar in gebruik!
 

Aan de slag!

Er zijn eindeloos veel recepten te vinden om jam, chutney, sap en ketchup te maken. Wij hadden dit jaar helaas een nogal volle agenda en hielden het dus simpel: we maakten sap van onze appelberg. Toevallig hadden we een sappan gekregen die het werk wel heel eenvoudig maakt! Zo'n sappan bestaat uit drie lagen: de onderste is gevuld met water, de middelste is de opvangbak voor het sap en heeft een tappunt en de bovenste is een speciaal vergiet waar je het fruit in doet.
Het water van de onderste pan gaat als stoom door het fruit heen en 'ontsapt' het fruit, waardoor het extract in de opvangbak komt. Je kunt zo'n pan op Marktplaats voor een paar tientjes vinden. Als je hem samen met de buren, je moeder of een tante koopt ben je helemaal voordelig uit - en zo vaak gebruik je hem nou ook weer niet.


Wij hebben de bovenbak volgestort met gewassen, in kwarten gesneden appels (ongeveer 3,5 kilo) en het gas aangestoken.
Na een half uur was de boel al aardig geslonken. Met de pureestamper prakten we het wat naar beneden. (Als je wil kun je er nu nog appels bij doen!) Na 1,5 uur was volgens ons al het sap er wel uitgeknepen. Via het slangetje vulden we bijna 4 literflessen! Geen slechte opbrengst toch? De kippen smulden van de achtergebleven prut en wij kregen als bonus een heerlijk ruikend huis :-)



En tipperdetip: met rozijnen, suiker en gist erbij heb je nu een prima basis om wijn te maken! Maar dat doen we een andere keer...




dinsdag 22 december 2015

Pop-up tentoonstelling geopend

Kom naast ballen, maretak en kerststerren ook het verleden shoppen!

In tuincentrum Coppelmans is Oss is de reizende tentoonstelling van "Zonder boer geen voer!" door wethouder Johan van der Schoot geopend. Het pop-up museum is samen met de gemeente Oss, ZLTO Oss en museum Jan Cunen mogelijk gemaakt.











woensdag 4 november 2015

Op stal of in de wei?

Afbeelding Paul Becx
Veel Nederlanders houden van koeien in de wei - dat geeft zo'n fijn beeld... zo'n herkauwende koe in het zonnetje tussen de bloempjes. Vaak wordt er dan ook nog gezegd dat het zo hóórt en dat het altijd al zo geweest is. Maar is dat wel zo?

De eerste boeren die zo'n 7000 jaar geleden neerstreken in Limburg bewoonden hele grote huizen. Lang werd gedacht dat die huizen ook als stallen dienden, maar er zijn nog nooit fosfaatresten van mest in de grondmonsters aangetroffen. Het zou kunnen dat de grondsoort waarop deze boerderijen gebouwd werden de fosfaatresten niet heeft vastgehouden, maar het zou ook kunnen dat deze eerste boeren hun vee gedurende alle seizoenen buiten hielden.

In de latere periodes van de brons- en ijzertijd werden koeien dichterbij huis gehaald. Ze stonden onder hetzelfde dak als waar de boer sliep of in de stal op het erf. Hooi werd opgeslagen in kleine schuurtjes ('spiekers') vlakbij. Het vee liep waarschijnlijk alleen in de zomermaanden in de wei.

Vanaf het eind van de ijzertijd en in de middeleeuwen zien we vooral op de zandgronden dat koeien steeds vaker het jaar rond op stal staan. De arme akkergronden hadden een dringende behoefte aan mest en het is nu eenmaal eenvoudiger om de mest op te scheppen in de stal dan in de wei met een emmertje achter de koe aan te hobbelen. In de 'potstal' (what's in a name) werd het hele jaar mest opgevangen om deze op het juist moment uit te kunnen rijden. Daarbij is het houden van koeien op stal ook wel veilig - je weet in ieder geval zeker dat niemand er met je vee vandoor gaat!

Willem Roelofs, ca. 1880

Sinds de introductie van de kunstmest mocht de koe weer steeds vaker naar buiten - als hij zijn eigen gras eet, scheelt dat werk en ook het mestruimen is een klus waarbij weinig mensen echt staan te trappelen. Regels, quota, ziektes, controleerbaarheid en mechanisatie hebben veel boeren weer doen besluiten de koe naar binnen te halen. Of je nu voor bent of tegen - de geschiedenis laat zien dat we nogal eens van gedachten gewisseld zijn over 'op stal of in de wei'!

zondag 11 oktober 2015

Brood! Daar zit wat in...

 
 
Vandaag beklommen we de laatste heuvel op weg naar onze boterham met kaas: we bakten brood!
Nou doen we dat eigenlijk bijna dagelijks maar we hebben al een paar jaar een broodbakmachine, dus het echte handwerk was lang geleden. Maar ja, zo met de hand is natuurlijk wel echter :-)
 
Ik vind brood een supermooi symbool voor het hele boerenbestaan. We weten wel dat jagers/verzamelaars ook al wilde granen aten, maar voor echt gerezen brood is tijd nodig, een oven en bovenal een bepaald soort graan. We spreken niet voor niets over 'broodtarwe'. Dit is een doorgekruiste variant van oudere oergranen zoals eenkoorn en spelt. Nu steeds meer mensen een intolerantie ontwikkelen voor tarwe, wint spelt opnieuw aan populariteit. Het heeft min of meer dezelfde eigenschappen als broodtarwe en werd al door de eerste boeren verbouwd. Geen 'paleo' dus (dan moet het ouder dan 10.000 jaar zijn!), maar wel al 7000 jaar op het menu!
 
Wij maakten gewoon tarwebrood en deden het zo:
 
 
We namen 500 gram volkoren tarwemeel, een ruime theelepel zout, een eetlepel honing, 290 ml lauw water en 7 gram gedroogde gist. En oh ja, ook nog een klontje boter (zie je nou wel dat je de boter EERST moet maken :-) )  Gedroogde gist kun je vervangen door verse - aan een middelgrote knikker heb je genoeg. Beide soorten zijn te koop bij de Turkse/Marokkaanse winkel. Boter kun je vervangen door een scheut (olijf)olie.
 
We deden de gist en de honing in het lauwwarme water en lieten dat even staan. De honing 'voedt' de gist. In principe zitten er ook genoeg suikers in de tarwe, maar voor een mooi gerezen brood is een beetje honing of suiker wel fijn. Toen het mengsel een beetje schuimig was deden we het bij het meel. Vervolgens zout en boter erbij en kneden maar! Toen er een mooie bal gevormd was, lieten we die op een warm plekje van het fornuis staan (kan ook in het zonnetje op de vensterbank).
We hadden wel een nieuwsgierig aagje langs de lijn, dat vooral heel graag het honingbakje leeg wilde likken ;-) (dat mag dus NIET poes!)

 
 

Na een uur hebben we de bal nog een keer gekneed, een mooi broodje gevormd en dat in een beboterde (cake)vorm gedaan. We dekten hem af met plastic - om de warmte lekker binnen te houden. Na weer een uur rijzen ging het brood in de oven - een half uur op 225 graden.
Uit de oven, omdraaien op een rooster, even wachten.... boter en kaas en wat komkommer erop en...
Bon appetit!